Artistiek Pedagogisch Project

Het Artistiek Pedagogisch Project

Academie voor Beeldende Kunsten Jan Portaels

I. SITUERING

De  Portaelsschool voor Beeldende Kunsten VZW is een instelling voor deeltijds kunst onderwijs.
Het is een vrije niet confessionele school, erkend en gesubsidieerd.
Het niet confessionele karakter ligt statutair vast.

De inrichtende macht is de Algemene Vergadering waaruit een Raad van Bestuur gekozen wordt. De Stad Vilvoorde wordt vertegenwoordigd door twee Schepenen. De Schepen van Cultuur heeft onder andere als specifieke opdracht “ betrekkingen met de Portaelsschool voor Beeldende Kunsten”.

De zustervereniging Koninklijke Portaelskring krijgt één mandaat.
Het dagelijks beheer wordt uitgevoerd door een directeur.

Het juridische statuut is VZW.
Binnen deze VZW Portaelsschool voor Beeldende Kunsten werd een aparte VZW opgericht met een BTW nummer voor de cafetaria.
Ook hier is het dezelfde Raad van Bestuur die deze VZW beheert.

De gebouwen en terreinen zijn eigendom van de Stad Vilvoorde. Zij worden beheert door de VZW.

 
Wij bieden kunstonderwijs aan voor kinderen vanaf 6 jaar (of  vanaf het eerste leerjaar basisonderwijs), jongeren, jong studerende volwassenen en volwassenen.

Wij richten vier graden in:
Lagere graad voor kinderen 6 tot 12 jaar
optie Algemeen Beeldende Vorming, 6 jaar, 3 uur per week.

Middelbare graad jongeren 12 tot 18 jaar
optie Beeldende Vorming, 6 jaar, 4 uur per week.

Middelbare graad volwassenen +18 jaar
optie Beeldende Vorming, 1 jaar, 4 uur per week.
optie Digitale Beeldende Vorming, 2 jaar, 4 uur per week.

Hogere graad +18 jaar
Elke optie duurt 5 jaar, omvat 8 uur per week en bestaat uit drie vakken.

  • Beeldhouwkunst
  • Schilderkunst
  • Tekenkunst
  • Vrije grafiek


Specialisatiegraad +18 jaar
Elke optie duurt 2 jaar, omvat 8 uur per week en bestaat uit twee vakken.

  • Beeldhouwkunst
  • Schilderkunst
  • Tekenkunst
  • Vrije grafiek

II ALGEMEEN PEDAGOGISCH PROJECT

Vilvoorde is traditioneel een industriestad. Hoewel nagenoeg alle zware industrie verdwenen is blijft dit imago een stempel op de stad drukken. De oudere leerlingen die wij over de vloer zijn opgegroeid in een industriële en zwaar verontreinigde omgeving. Het verleden weerspiegelt zich nog vaak in wat de oudere generaties hebben meegemaakt. Technische kennis, kunde en vaardigheden waren de norm, een volks karakter een must.
Vandaag is die leefsituatie veranderd; de jongere generaties zijn van een ander kaliber.
Toch is de norm van de school gezet en blijft het aanbieden van de metier de aantrekkingspool van de school.
De jongste leerlingen zijn vaak uit gezinnen waar de betrokkenheid bij de opvoeding van het kind belangrijk is.


Het wervingsgebied van de school beperkt zich niet tot Vilvoorde. Het is een zeer gevarieerde omgeving: van hoofdstedelijk tot overwegend agrarisch, van industrieel tot residentieel. De instroom van leerlingen uit alle maatschappelijke klassen en met diverse verwachtingen is een feit.

Om een zo breed mogelijk publiek te bereiken worden de opties op verschillende momenten aangeboden.  Er zijn lespakketten voor volwassenen overdag, ’s avonds en in het weekeinde.
Dit heeft tot gevolg dat de dagklassen meer bevolkt zijn met zij die zich overdag kunnen vrijmaken en deeltijds werkenden.
De avondpakketten trekken een jonger werkend of studerend publiek aan.
In de weekend klassen HG & SG worden enkel tekenkunst aangeboden, een optie gevarieerd qua populatie.

Naast het verstekken van kunstonderwijs is het de missie van de Portaelsschool om
– het culturele gebeuren in en rond Vilvoorde te voeden.
– werkgever te zijn.
– een ontmoetingsplaats of vrijhaven voor gelijkgezinden te zijn.

Bij het beschouwen van onze leerlingen vertrekken we van drie DENKPIJLERS waarop het pedagogisch handelen steunt:

  1. DE MENS/DE STUDENT BESCHOUWEN ALS EEN COMPLEXE PERSOONLIJKHEID
  2. STIMULEREN VAN EEN BEWUSTZIJNSPROCES IPV EEN CONSUMPTIEGEDRAG
  3. VREUGDE VAN DE HOMO FABER : (IK)-DOE-HET-ZELF


Deze denkpijlers leiden tot de consequenties dat het gegeven onderwijs

  1. op het individu gericht is en rekening houdt met de mogelijkheden van elke leerling.
  2. dat het pad van de kunstbeoefening een mentaal pad is en niet enkel product gericht is.
  3. de zelfwerkzaamheid van de leerling stimuleert.

De school stelt zich open voor eenieder ongeacht afkomst, kleur of overtuiging.

De lessen worden in het Nederlands gegeven. Leerlingen van allochtone afkomst worden  uiteraard toegelaten met als enige restrictie dat het inschrijvingsgeld wordt voldaan en dat ze de Nederlandse taal verstaan en er zich in kunnen uitdrukken.

Voor een aantal leerlingen is Nederlandstalig onderwijs een stimulans om de lessen te volgen.

Kansarme en minder begoede leerlingen krijgen de mogelijkheid hun inschrijvingsgelden te spreiden.

Voor kansarme- en allochtone kinderen werd een project kunstinitiatie uitgewerkt.
Dit project werd bij het Departement van Onderwijs ingediend om projectmiddelen en uren leraar te bekomen.
Het gaat over een project waarin naast de Portaelsschool twee Stedelijke basisscholen en 1 Stedelijke Buitengewone basisschool participeren.

Wij trachten leerlingen met een mentale of fysische handicap te integreren maar helaas kan dat niet steeds. In overleg met de leraars worden leerlingen met mentale achterstand of onoverkomelijke lichamelijke handicap geëvalueerd in functie van de toegankelijkheid van de gebouwen, het niveau dat deze mensen aankunnen, wat de belasting voor de leerkracht is en hoe belastend dit is voor de klasgroep.

De lessen HG eerste jaar starten van geen voorkennis vereist.
Bij de digitale beeldende vorming wordt computer voorkennis gevraagd.

Wat bieden wij de leerlingen

Wij kunnen leerlingen geen kunstenaarsschap garanderen maar bieden hen het vooruitzicht aan zich te vormen binnen hun mogelijkheden.
Ze worden zowel individueel als klassikaal begeleid maar privéles geven wij niet.
Er wordt steeds naar een klasgroep gestreefd. De leraar is de atelierleider. De leerlingen worden gestimuleerd om samen te werken en verantwoordelijkheid voor elkaar op te nemen. Dit komt bijvoorbeeld tot uiting in de opruimfase van elke les.

  • Als de leerling slaagt krijgt hij op het einde van een cyclus een officieel overgangsattest of getuigschrift.
  • Een studentenkaart waarmee de student her en der kortingen krijgt en een lijst van bevriende zaken kan hij in het secretariaat verkrijgen.
  • De leerling kan deelnemen aan excursies en extra cursussen ingericht door de school.
  • De leerling behoort tot die groep van mensen die zich permanent willen vormen in een aangename en artistiek vruchtbare omgeving.
  • De overdracht van de kennis, visie en vaardigheden van leraars kunstenaars.
  • Een sociaal dynamische context waarin de leerling kan participeren en geestesverwanten ontmoeten.
  • De mogelijkheid tot aansluiten na afstuderen tot de Koninklijke Portaelskring.
  • Deelname aan tentoonstellingen en activiteiten van de school.
  • Genieten van spetterende schoolfeesten.

Wat vragen wij de leerlingen

  • De leerling dient regelmatig de lessen te volgen op de voorziene lesmomenten.
  • Bij elke les dient hij de aanwezigheidsformulieren in te vullen.
  • Om te slagen dient de leerling deel te nemen aan de eindproeven. Als een leerling tweemaal niet slaagt binnen een optie en cyclus kan hij niet meer terecht in die optie noch hier noch elders in een andere Academie.
  • Het aanschaffen en bijhouden van een schetsboek.
  • De aanschaf van eigen materiaal.
  • Een supplement op de inschrijvingsgelden om gemeenschappelijk materiaal mee aan te kopen.

Instroom

Voor een eindwerk kunstgeschiedenis  schooljaar 1992-93 waarvan de opdracht luidde : “Waarom kom ik naar de kunstakademie?” Werden de volgende motivaties van leerlingen genoteerd:

  • groepsmotivatie (thuis alleen komt het er niet van)
  • uit een boekje kan je niet leren schilderen
  • de leraars brengen je verder dan je zelf zou geraken
  • een gezellige en aangename sfeer om in te werken
  • ouders waren ertegen : met kunst geraak je nergens. Dan een serieuze opleiding, trouwen, kinderen, kinderen het huis uit, hop naar de kunstacademie
  • mijn vader schilderde
  • de universele drang om je gevoelens op een of andere wijze tot uitdrukking te brengen
  • de vrijheid die je ervaart als schepper
  • een manier om de werkelijkheid te ontvluchten
  • het gevoel ergens bij te horen
  • de sfeer van het atelier en de collectieve concentratie
  • op de academie mag je anders zijn
  • kunst is zover mogelijk geraken zonder te weten waar de grenzen liggen
  • de academie als ontmoetingsplaats
  • ik heb al heel mijn leven getekend
  • een grote ontspanning die ontstaat na een lange inspanning
  • zelf doen, het zelfgemaakte werk als grootste voldoening
  • de vrijheid krijgen zelf dingen uit te proberen
  • leren genieten van kijken
  • ik ben graag creatief bezig
  • het gevecht met de materie
  • de drang iets anders te doen
  • de mogelijkheid de geest te verrijken
  • het in contact komen met ideeën
  • het leren ontwikkelen van een eigen werkmethode
  • het trainen van het waarnemingsvermogen
  • het volgen van academie is zoals het leren van een nieuwe taal
  • de verwezenlijking van een jeugddroom
  • zodra ik een houtskool vast neem, vallen alle beslommeringen weg
  • de school is een ideale cocktail tussen jong en oud, willen en kunnen, droom en werkelijkheid
  • techniek is een noodzakelijk kwaad
  • oefening (het beheersen van materialen en technieken), potentieel (wat ik nog zal kunnen) en visie (wat ik nog wil kunnen)
  • al doende leerde ik dat kunst en tekenen niet hetzelfde zijn
  • de uitdaging om aan iets te beginnen waarover totaal geen zekerheid bestaat
  • het mooiste wat we kunnen ervaren is het mysterieuze
  • het potentieel aan positieve krachten die in je verborgen zitten, ontdekken en veruitwendigen

Leerlingen LG en MG kunnen instappen op leeftijd. De beginsituatie van deze studenten ligt anders dan van studenten die reeds les volgden.
Op woensdag en zaterdag in de hoofdschool hebben we 3 tot 4 leerkrachten voor de 6 leerjaren.
Omdat de instroom in de LG het grootst is bij het eerste en het tweede leerjaar lossen we dit op door nieuwe leerlingen van het 2de indien mogelijk bij het 1ste te zetten ; kinderen die reeds het 1ste hebben gedaan gaan naar het tweede jaar.
Op woensdag in de wijkafdelingen zijn het graadklassen van het eerste tot het zesde leerjaar onder leiding van telkens één leraar.

Leerlingen HG komen in het eerste jaar terecht van de gekozen optie. Studenten kunnen in het tweede of zelfs in het derde jaar van een optie instappen mits toelatingsperiode en evaluatie door de leerkrachten en directie.
Vaak handelt het hier over mensen die een kunstopleiding volgen of gevolgd hebben.

SG kan enkel gevolgd worden na een opleiding in de  HG.

Leerlingen kunnen een tweede of derde optie volgen.
Dit wordt niet aangemoedigd; het behaalde niveau in de verschillende opties ligt bijna steeds lager dan met een keuze voor één enkele optie.
Sinds het schooljaar 2000-2001 wordt voor een bijkomende optie een vergoeding bovenop het inschrijvingsgeld gevraagd gelijk aan het reductie tarief Departement voor volwassenen.
Tweede of meerdere opties die gestart waren voor 2000-2001 worden kosteloos voorgezet tot beïndiging van de studie.


III ARTISTIEK PEDAGOGISCH PROJECT


1. Het artistiek pedagogisch opvoedingsklimaat


Er werd gezocht naar een gemeenschappelijk grond waarin ieder personeelslid zich kon vinden, bruikbaar voor de hele schoolgemeenschap en het onderwijs dat we willen geven.

Op basis van de drie denkpijlers (zie hoger) werd een GELOOFSOVERTUIGING opgesteld die verder als krachtlijn werd gebruikt om visie teksten te schrijven per graad of optie.

  1. geloof in de autonomie van het individu
  2. geloof in de complexiteit van het individu
  3. geloof in de onvoorspelbaarheid van het individu
  4. geloof in het proces van esthetische emancipatie
  5. geloof in de heilzaamheid van dit proces voor het persoonlijk leven
  6. geloof in het belang van een kritische afstand tov de canon
  7. geloof in het inspirerende van een cultureel kader zowel mentaal (de voorbeelden uit de kunstgeschiedenis) als fysisch (de muren van het atelier)
  8. geloof in het kritisch zijn
  9. geloof in het openbloeien van de persoonlijkheid en zo de drang tot communicatie
  10. geloof in originaliteit, kunst als zelfexpressie, kunst als grensverlegger

Deze geloofsovertuiging leidt tot het formuleren van intentieverklaringen; een legitimatie van het lerarengedrag.

  • opleiding als proces (dat wordt opgestart of geïntensifieerd)
  • beeldtaal leren door het verwerven van basiskennis (technisch-materieel)
  • eigen schriftuur ontdekken, ontwikkelen ( en niet verliezen)
  • kritisch leren omgaan met die zelfherkenning (geen therapie of pathetiek)
  • evolueren tot een uniciteit van de invulling van een opdracht of probleemstelling
  • kunstgeschiedenis als inspiratiebron
  • bevorderen van de communicatie over dit proces bij de student
  • bewustwording van je positie in de kunstwereld
  • vertalen van de waarneming in overtuigende beeldtaal (via perspectief, contrastwerking, abstrahering, combinatie van materialen, verhoudingen, …)
  • leren kennen van de discipline en het overschrijden van de grenzen van die discipline
  • ontwikkelen van een inhoudelijke gevoeligheid : wat betekent iets voor mij?
  • emancipatieproces op technisch-inhoudelijk niveau

2. Het Schoolconcept

Wij vullen de algemene doelen van het DKO in:

– voorbereiden van jongeren op hogere kunstopleidingen.
– kunst zelf leren beoefenen en verwerven van een artistieke onafhankelijkheid.
– kunst leren ontdekken en begrijpen om van de leerling een geschoold toeschouwer te
  vormen.
Het vierde” doel “ levenslang en levensbreed leren is een motivatie die bij de leerling aanwezig is maar die omwille van regelgeving steeds sterker aan banden wordt gelegd.

Om deze doelen te realiseren baseren de leraars zich op de minimum leerplannen van het Ministerie van Onderwijs , het leerplan LG van OVSG, hun artistieke en pedagogische visie om een jaarplan op te stellen.
De leerkrachten zijn hooggeschoolden met een pedagogisch diploma en kunstenaars in hart en nieren.

In concreto zullen de leraars pogen de leerlingen
– de metier van de beeldende kunsten en het kunstenaarschap bij te brengen.
– het esthetisch bewustzijn te verruimen van de studenten.
– eigen kunst en de kunst van anderen door introspectie leren evalueren en beoordelen. Dit   
  moet leiden tot een eigen visie op kunst.
Kunst is voor de leraars niet enkel een product maar ook een manier om naar de wereld te kijken. Dat willen zij met de studenten delen.

Voor de studenten hebben de leraars een modelfunctie. Zij zijn vaak ook vader, moeder, psycholoog van de leerlingen. Het leraarschap is meer dan de overdracht van kennis alleen. De leerlingen zijn erop uit in contact te treden met ook de kunstenaar achter de leraar.

SCHEMATISCHE VOORSTELLING EN VERKLARING APP VISIE

In het hierna volgend tekst wordt het gemeenschappelijk standpunt wat het project van de school is uit de doeken gedaan. Daarna vindt u een schema.

De Portaelsschool is een entiteit die zich profileert als school en gebet zit in het onderwijsveld.
Bijgevolg moet de school zich conformeren aan de didactische en pedagogische regels en de decretale en administratieve bepalingen om haar erkenning en subsidiëring te verkrijgen en behouden.
Daarnaast bevindt de school zich in het artistieke veld. Het is immers kunstonderwijs dat er gegeven wordt en haar leraars zijn kunstenaar van opleiding en of stiel.
De school probeert het evenwicht te vinden tussen deze twee werelden.
Er blijven duidelijke interacties bestaan tussen deze twee velden; soms liggen ze nauw bij elkaar, soms liggen ze ver uiteen.

Een derde niet onbelangrijk veld is de “umwelt”.

De breed culturele actualiteit buiten het specifieke atelier maakt deel uit van het opzet zoals theater, dans, film, beeldende kunsten, maar ook de maatschappelijke of politieke  ontwikkelingen zijn niet onbelangrijk. 
Het gebeuren buiten de academie, de leefwereld van de studenten, de dagelijkse realiteit, economische, politieke, sociale factoren creëren interactie met de twee andere velden.

Het opstellen van en het volgen van een visietekst, het APP geeft de school gewicht en vorm.  Het is de omkadering waarbinnen zich het onderwijs zich afspeelt.
Het APP kan op zich geen finaliteit zijn. Het moet bij bijgewerkt  kunnen worden. 
De leraars gebruiken uit het onderwijsveld minimum leerplannen uit hun eigen artistiek veld hun kennis en vaardigheden om vorm te geven aan een jaarplan. Dit is een leidraad waarin de visie van de leraar moet blijken en waaraan hij zijn schooljaar aan ophangt.

De raakvlakken van de twee velden geeft aan waar de kunstenaar een meerwaarde brengt aan het onderwijs of waar de leraar met zijn pedagogische en didactische kwaliteiten duidelijkheid en onderricht kan geven over het artistieke. Dat zijn dan ook de pijlers voor het
Deze drie pijlers zijn: metier, esthetisch bewustzijn en introspectie.


Metier
:
Het ‘metier’ maakt in belangrijke mate deel uit van  het atelier. Hieronder behoren begrippen als kunde, vaardigheden, kennisoverdracht, technieken, expertise maar het verondersteld méér dan vakmanschap, gaat verder dan technische vaardigheden. Belangrijk is de manier waarop dit ‘metier’ gebruikt wordt binnen de context van het atelier. Het metier is niet het doel maar het middel.


Introspectie
:
Situeert zich in de persoonlijkheidsvorming, het individu zelf en zijn denken over kunst.
Introspectie of de ontdekkingen waardoor verschillende mensen binnen één atelier het recht vinden verschillend te zijn van elkaar. Het eigen maar complexe potentieel moet, indien aanwezig, de kans krijgen zich te manifesteren.
Hieronder valt aanzetten tot vinden van eigen oplossingen voor zich stellende problemen.
Eigen kunst en de kunst van anderen door introspectie leren evalueren en beoordelen. Dit      moet leiden tot een eigen visie op kunst van de leerlingen

Esthetisch bewustzijn:
Schept weerbaarheid en kritische zin, relatie met het kunstgebeuren en historiek.
Wordt gevoed door het vak kunstgeschiedenis en specifieke kunstgeschiedenis.
Het is een proces dat moeilijk meetbaar is en dat geen finaliteit kent.

SCHEMA


UMWELT

           interactie

                   interactie

ENKELE OPMERKINGEN

  1. Herhalingsprincipe

    Het sterkste van alle pedagogische leerprincipes is de herhaling.
    Herhaling is de beste leerschool.
    Een leerinhoud kan gedurende een opleiding verschillende keren aan bod komen.
    Vakantieperiodes werken formatterend. Telkens opnieuw moet de beginsituatie van de studenten op een trap lager aangevangen worden.

    Door de mogelijkheid van instappen per leeftijd moet er aan herhaling worden gedaan.

  2. De som

    Een artistiek product is meer dan de som van de afzonderlijke delen waaruit dit product bestaat.
    Het product biedt zich aan als een geheel en wordt zo ook ervaren.
    Zo werkt ook kunst, haar beleving en haar creatie. Zo werkt ook en niet in het minst het onderwijs in kunst.

    In tegenstelling tot taalonderricht waarbij je de cumulatie van opeenvolgende stappen grammatica en vocabularium nodig hebt en assimilatie krijgt van kennis om bijvoorbeeld tot lezen te komen, komt een beeld als geheel over.

    Dit neemt niet weg dat er accenten kunnen liggen op leerinhouden; het geheel van een zich voordoend beeld primeert.
    Artistieke producten, beelden kunnen wel geëvalueerd op gestelde doelen maar louter evalueren op doelen kan het gerealiseerd beeld onrecht aandoen.

    In beeldende kunst staat een hoge graad van originaliteit centraal, het unieke en niet het uitvoerende. Daarin ligt een verschil met bijvoorbeeld muziekonderricht.
    Meer nog elk beeld is op zich uniek.

  3. Schetsboek  (vak tekenen Hg en SG, MG waarneming, kleurstudie)

    De zelfwerkzaamheid van de studenten wordt verhoogd door een schetsboek dat gevraagd wordt binnen HG en SG
    Ook MG jongeren gebruiken dit schetsboek.

    Er zijn verschillende doelen voor het gebruik van dit middel

    • Zelfwerkzaamheid en initiatief studenten verhogen
    • archivering van schetsen, voorstudies
    • continue aanwezigheid van druk om te oefenen dagboek
    • uitproberen van concepten
    • historische overdracht, een manueel fototoestel
    • instrument tot evaluatie van het niveau van de betrokkenheid, inzicht, kennis en vaardigheden van de student.
    • verbinding tussen de ateliers; beeldende communicatie tussen ateliers leerkrachten
    • controlemiddel voor de leraars op het uitvoeren van opdrachten en aanwezigheden
    • remediërings opdrachten
    • practicum tekenen
    • huiswerk boek voor opdrachten
    • hebbeding
      De basisgedachte is dat het schetsboek niet ter vervanging dient van de lessen tekenen maar als aanvulling.
  1. Cafetaria

    De Portaelsschool levert grote inspanningen om er een unieke schoolcafetaria op na te houden.
    De cafetaria is het hart van de school, gans de schoolgemeenschap kan er zijn artistieke twijfels en successen delen met de medeleerlingen en de directie. Op die plaats worden de banden gesmeed die blijven nawerken in het dagelijkse leven en dikwijls de nodige energie geven om er terug met nieuwe moed tegenaan te gaan. Iedereen van hoog tot laag komt er aan zijn trekken en vindt er erkenning en waardering.
    In deze locatie staan de leraarsbakjes en hangen de mededelingsborden.

3. Het APP per graad

Lagere graad optie Algemeen Beeldende Vorming

  • is er voor kinderen 6 tot 12 jaar
    – van wie de ouders de mening zijn toegedaan dat door middel van beeldtaal een specifieke vorming kan worden aangereikt. 
    -voor alle kinderen die in de muzische vorming van het basisonderwijs een stimulans hebben gevonden om zich op intensievere wijze beeldend uit te drukken en daar plezier in te vinden.
  • Deze graad biedt initiatie in de beeldtaal met nadruk op intellectuele, psychomotorische en artistieke ontwikkeling met als doel attitudevorming.
  • De lessen lopen van 13.30 uur tot en met 16.20 uur op woensdagnamiddag of zaterdagnamiddag. Zij krijgen 3 lestijden; er is een pauze voorzien van 20 minuten.
    Er zijn twee wijkafdelingen die enkel op woensdagnamiddag geopend zijn.

Middelbare graad  optie Beeldende Vorming doelgroep jongeren

  • Is er voor jongeren  van 12 tot 18 jaar
    – die zelf ontdekken of van wie de ouders ervaren dat door middel van de beeldtaal een specifieke vorming kan worden aangereikt.
    – voor alle jongeren die in de muzische vorming van het basisonderwijs of van de eerste graad van het secundair onderwijs een stimulans hebben gevonden om zich op intensievere wijze beeldend uit te drukken.
    – voor alle jongeren die het ontbreken van een aanbod plastische opvoeding in de 2
    de en de 3de graad van het secundair onderwijs als een gemis ervaren.
    – voor de jongeren die zich willen voorbereiden op het hoger kunstonderwijs.
    – voor de jongeren die naast hun kunstopleiding op zoek zijn naar remediëring.
  • Deze graad biedt oriëntatie in de beeldtaal met nadruk op intellectuele, emotionele en artistieke ontwikkeling en  vervolmaking en kwalificatie als voorbereiding op het hoger kunstonderwijs. De doelen zijn technische vervolmaking, attitudevorming en motivatie.
  • Voor de jongeren stellen wij de optie Beeldende Vorming 6 jaren open. Deze lessen omvatten waarnemingstekenen, kleurstudie en vormgeving gevat in een pakket van 4 lestijden per week. De lessen gaan door op woensdagavond en zaterdag.

Middelbare graad doelgroep volwassenen +18 jaar

  • Is er voor volwassenen die ontdekken dat door middel van de beeldtaal een specifieke vorming kan worden aangereikt.
  • De ze graad biedt initiatie in de beeldtaal en oriëntatie binnen de mogelijkheden tot verdere ontwikkeling.
  • Voor volwassen is er de mogelijkheid het 6de jaar van deze graad te volgen. Wij bieden dan de optie Beeldende Vorming aan. Deze lessen omvatten waarnemingstekenen, kleurstudie en vormgeving gevat in een pakket van 4 lestijden per week.
    De lessen gaan door op woensdagavond.
  • Ook is voor volwassen de optie Digitale Beeldende Vorming mogelijk. Het omvat twee jaar digitale beeldvorming  en waarnemingstekenen, wekelijks 4 lestijden te volgen.
    De lessen gaan door op dinsdagavond.

Hogere graad +18 jaar

  • Is er voor volwassenen die de beeldtaal willen ontdekken/bestuderen/hanteren onder professionele begeleiding en hiermee hun artistieke creativiteit, hun persoonlijkheidsontplooiing, hun waarneming van de wereld en de ontwikkeling van hun individueel wereldbeeld willen bevorderen of/en die in de beeldende kunt een specifieke vorming willen vinden die hen niet is of kon worden aangereikt door middel van het reguliere onderwijs dat zij hebben genoten.
  • Deze graad beoogt vervolmaking: het ontwikkelen van een eigen artistieke persoonlijkheid via kunstbeoefening en kunstbeschouwing.
  • Wij bieden vier opties aan telkens een 8 lestijden per week pakket en dit gedurende 5 jaar. De opties zijn: beeldhouwkunst, schilderkunst, tekenkunst, vrije grafiek.

    Elke optie heeft 2 vakken: (SAA: specifiek artistiek atelier)
    vak 1: SAA beeldhouwkunst of SAA schilderkunst of SAA tekenkunst of SAA vrije grafiek
              gedurende 8-7 lestijden per week
    vak 2: kunstgeschiedenis 1 lestijd per week gebundeld tot 4 lestijden om de 4 weken.
              Dit in het derde en vierde jaar van de hogere graad.

    Afhankelijk van de optie bieden wij klassen in dag-, avond- en weekeindversies.

Specialisatiegraad

  • Is er voor volwassenen, afgestudeerden in de hogere graad.
  • Deze graad beoogt kwalificatie: het ontwikkelen tot een zelfstandige kunstbeoefening.

Wij bieden vier opties aan telkens een 8 lestijden per week pakket en dit gedurende 2 jaar.  De opties zijn: beeldhouwkunst, schilderkunst, tekenkunst, vrije grafiek.

De leerlingen worden voor SAA gegroepeerd met leerlingen HG.

De vakken die de studenten volgen zijn
7u SAA en 1u bijzondere kunstgeschiedenis in het 1ste   en 2de jaar

Aan de hand van oa. Lessen, begeleide excursies naar musea, tentoonstellingen, evenementen wordt het minimumleerplan gerealiseerd.

4. Algemene doelstellingen en werkwijze per graad en per optie.

4.1 Lagere graad

Ingevoegd de documenten opgesteld door de leraars lagere graad.

4.2 Middelbare graad 

4.2.1  Middelbare graad jongeren

Ingevoegd de documenten opgesteld door de leraars middelbare graad.

4.2.2  Middelbare graad volwassenen beeldende vorming

Ingevoegd de documenten opgesteld door de leraars MG volwassenen BV.

4.2.3  Middelbare graad volwassenen digitale beeldende vorming

Ingevoegd de documenten opgesteld door Rudy Vantilborgh.

4.3 Hogere en specialisatie graad

4.3.1 Hogere graad  en specialisatie graad optie beeldhouwkunst.

Ingevoegd de documenten van Werner Bossuyt.

4.3.2 Hogere graad  en specialisatie graad optie schilderkunst.

Ingevoegd de documenten van de leraars

4.3.3 Hogere graad  en specialisatie graad optie tekenkunst.

Ingevoegd de documenten van de leraars.

4.3.4 Hogere graad  en specialisatie graad optie vrije grafiek.

Ingevoegd de documenten van Veerle Steurs.

4.3.5 Hogere graad  en specialisatie graad vak kunstgeschiedenis en specifieke kunstgeschiedenis.

Ingevoegd de documenten van Marianne Knop.

5. De toelatingsperiode

Wij volgen de bestaande regelgeving namelijk:
besluit van de Vlaamse Regering houdende organisatie van het deeltijds kunstonderwijs, studierichting “Beeldende Kunst” van 31/07/1990: Hoofdstuk III en CF.

Een aantal leerlingen vraagt om in een hoger jaar van de HG ingeschreven te geraken. Dit zijn meestal studenten uit het kunstonderwijs of afgestudeerden uit het kunstonderwijs.
Voor hen wordt een toelatingsperiode ingevoerd.

Op het einde van het eerste trimester wordt een proces verbaal opgesteld en getekend door de vaktitularissen en de directie met de beoordeling en de toelating van de leerling.


6. De beoordeling van de proeven

Wij volgen de bestaande regelgeving namelijk:
besluit van de Vlaamse Regering houdende organisatie van het deeltijds kunstonderwijs, studierichting “Beeldende Kunst” van 31/07/1990: Hoofdstuk IV en CF.

Er wordt een examencommisie ingericht voor de finaliteitjaren MG, HG en SG. Er worden proces verbalen opgesteld en getuigschriften MG en HG en kwalificatie getuigschriften SG uitgereikt. Dit gebeurd op een plechtige proclamatie bij de opening van de eindejaarstentoonstelling.

De andere leerlingen worden door de leraars en directie beoordeeld.

7. De evaluatie

Wij volgen de bestaande regelgeving namelijk:
besluit van de Vlaamse Regering houdende organisatie van het deeltijds kunstonderwijs, studierichting “Beeldende Kunst” van 31/07/1990: Hoofdstuk IV Art 19 en CF.

Op het einde van het eerste trimester en het tweede trimester worden evaluatiefiches ingevuld door de leraars.
Er is aan een nieuw model gewerkt dat aan de inspecteur zal voorgelegd worden voor advies. Dat advies was gunstig.